Door de complexiteit van de schaatstechniek bestaan er vele betekenissen voor één enkel begrip. Om duidelijkheid te scheppen worden enkele veelgebruikte termen kort uitgelegd zoals ze door online schaatsadvies gebruikt worden.

Plaatsen van de schaats

Richting: Met de richting van uw schaats wordt gedoeld op waar de punt van het ijzer heen wijst (van bovenaf gezien) ten opzichte van de ijsbaan. Staat deze bijvoorbeeld evenwijdig aan de wedstrijdlijnen of juist ver naar binnen of naar buiten gericht

Breedte positie: Hiermee wordt bedoeld of de schaats dicht tegen de andere schaats aan geplaatst wordt (ook wel aangeduid met recht onder het lichaam geplaatst), of juist ver van de andere schaats (ver onder het lichaam vandaan) geplaatst wordt.

Voor/achter positie: Bij de voor/achter positie wordt gekeken naar hoever u uw schaats naar voren plaatst ten opzichte van het standbeen.

Fases van de schaatsslag

Unipedale fase: Zeer grof ingedeeld kan de schaatsslag in tweeën worden gehakt in de zogeheten unipedale en bipedale fase. De unipedale fase wordt gedefinieerd als de fase waarin u uitsluitend met één schaats op het ijs staat.

Bipedale fase: De bipedale fase is de fase waarin u met twee schaatsen op het ijs staat.

Route van de schaats

S-curve: Met de S-curve wordt bedoeld: de route die de schaats doorloopt vanaf het moment dat de schaats geplaatst wordt tot het moment dat de volgende schaats geplaatst wordt (dit is dus de unipedale fase). Bij een gemiddelde schaatsslag lijkt de route van de schaats tijdens de unipedale fase, van bovenaf gezien, op een S. Dit is goed te zien wanneer u in de sneeuw schaatst en eens terug kijkt naar het spoor van de schaats.

Brede S-curve: De term spreekt eigenlijk voor zich: Een schaatser met een brede S-curve neemt veel ruimte in de breedte in beslag.

Smalle S-curve: Dit is ook wel bekend als “schaatsen op een smal slootje”. De schaats wordt erg naar voren gericht en wijkt weinig af in de breedte.

Terugsturen: Dit is het laatste stukje van de S-curve. Halverwege de S-curve is de schaats naar buiten gericht in plaats van rechtdoor (hoe breder de S-curve, hoe verder de schaats naar buiten gericht staat). Vanaf dit moment moet de schaats weer terug naar voren gestuurd worden om uiteindelijk nog zijwaarts af te kunnen zetten. Terugsturen vindt altijd plaats op de binnenkant van het ijzer.

Overige termen

De heupinzet laat zich beter beschrijven aan de hand van foto’s dan woorden. De linker afbeelding geeft een beperkte heupinzet in de bocht weer daar waar de rechter afbeelding veel heupinzet toont.

Schaatstips

schaatstips